Emblemen combineren zonder dat het rommelig wordt
Een goed gecombineerde kiel oogt rustig, ook al zitten er dertig emblemen op. Drie principes helpen: één palet, hiërarchie in formaat, en één centraal verhaal.
Samenvatting
- Één palet: hou je aan max 3 basiskleuren + 1 accentkleur.
- Hiërarchie: 1 grote blikvanger, 2–3 middelgrote, rest klein.
- Verhaal: kies één rode draad (stad, vereniging, familie, thema).
- Laat visueel lucht tussen clusters.
1. Kleurenpalet
Kies een basis van maximaal drie kleuren die passen bij jouw stad, plus één accent. Voor Oeteldonk werkt bijvoorbeeld rood-wit-geel als basis, met groen als accent voor de kikkers.
Emblemen die buiten je palet vallen mogen — als het bewust is en niet meer dan één of twee.
2. Formaat-hiërarchie
Een goede kiel heeft één grote blikvanger (rug of borst, 10–12 cm), twee tot drie middelgrote patches (7–9 cm), en de rest klein (5–7 cm). Zonder hiërarchie wordt het oog moe.
Zie ook waar plaats je emblemen op een boerenkiel.
3. Eén verhaal
Kies één rode draad: alleen Oeteldonk, alleen jouw vereniging, alleen familiegeschiedenis, of een specifiek thema (bijvoorbeeld de kikker, of gouden jaren). Één verhaal maakt van los werk een uniforme kiel.